Rondleiding De Nieuwe Tijd

Voedselbostuin De Nieuwe Tijd

Rondleiding

Bij de planten staan bordjes met een nummer. Kies het nummer om het verhaal te beluisteren of te lezen. Loop gerust op de paden, zo blijft de bodem rustig.

Stop 1: Ingang

Welkom in De Nieuwe Tijd, de eerste voedselbostuin van Hoorn. Wij van Stichting Voedselbos Hoorn planten hier eetbare vaste planten en werken zoveel mogelijk samen met de natuur, en we laten de bodem daarbij zoveel mogelijk met rust. Daarom nodig ik je uit om op de paden te lopen. Ieder jaar krijgen we houtsnippers van de gemeente, waarmee we die paden markeren. De snippers helpen de bodem om schimmelrijk te worden, en dat past bij bomen, struiken en meerjarige planten. Neem even de tijd om te luisteren naar de geluiden om je heen.

Wanneer je er klaar voor bent, kun je direct links naar de eerste boom.

Volgende: 2. Pruim ›

Stop 2: Pruim

Dit is de pruim. Rondom de hogere bomen en struiken vormen wij plantgemeenschappen, we noemen ze gildes: planten die elkaar ondersteunen. Bij de pruim horen bijvoorbeeld knoflook en prei, die de pruimenmot op afstand houden, smeerwortel die voedingsstoffen uit de diepte omhoog haalt en wilde aardbeien die de grond bedekken. Welke planten hier goed samengaan, ontdekken we door jaren te proberen. In het voorjaar staat de pruim vol bloesem, een eerste maaltijd voor de bijen. Kijk eens naar het licht dat door de takken valt.

Volgende: 3. Artisjok ›

Stop 3: Artisjok

De artisjok is een verwant van de distel. En dat zie je aan de bloem. Hommels en bijen komen er graag op af. De wortels reiken diep en halen mineralen omhoog voor de planten om je heen.

Bij de artisjok en de verwante kardoen is een deel eetbaar: de bloemknop of het geblancheerde blad. Strijk voorzichtig met je vingertoppen langs het blad. De onderkant voelt zacht en donzig.

In de winter dekken we het blad af met een laagje mulch.

Volgende: 4. Vijg ›

Stop 4: Vijg

De vijg houdt van warmte en een beschutte plek. Daarom staat hij hier vooraan, vlak bij de haag. Ruik eens aan het blad: warm, met een vleugje kokos.

Sommige vijgenrassen dragen ook in ons klimaat vruchten zonder bestuiving, van augustus tot oktober, afhankelijk van de zomer. Salie en lavendel passen goed als buren: zij houden van dezelfde zon en dezelfde droge bodem. Wij houden zijn plek in de gaten, zodat hij genoeg warmte krijgt.

Volgende: 5. Peer ›

Stop 5: Peer

Dit is de peer. Iedere winter helpen wij van Voedselbos Hoorn bij het snoeien van de appels, peren en pruimen in de adoptieboomgaard van MAK-Blokweer. Wij kopen sterke onderstammen en enten daar de snoeitakken uit die boomgaard op, zo geven we oude fruitsoorten nieuw leven. Peren rijpen van augustus tot oktober, sappig en zoet. Venkel en duizendblad zijn goede buren, ze trekken sluipwespen aan die de boom helpen. Sluit even je ogen en stel je de geur van een rijpe peer voor.

Volgende: 6. Bangertse Blauwe ›

Stop 6: Bangertse Blauwe

De Bangertse Blauwe is een ouderwetse pruim die oorspronkelijk uit deze streek komt. Omdat de boom kleine vruchten draagt, wordt hij zelden gekweekt en was hij bijna verdwenen. Ted van der Bruggen heeft deze pruim opnieuw geïntroduceerd, hier, op deze plek, waar hij vroeger ook groeide. Als de vruchten er hangen, kijk dan eens hoe klein ze zijn. Wie deze pruim proeft, proeft een stukje streekgeschiedenis.

Volgende: 7. Tamme kastanje ›

Stop 7: Tamme kastanje

De tamme kastanje. In 2024 plantte kinderburgemeester Ela Sneek deze eerste boom. Ik hoop dat zij hem nog heel groot ziet worden, want hij kan twintig meter en hoger groeien. Wij hebben de hoge bomen in het noorden geplant en de lage in het zuiden, zodat alle bomen en struiken zonlicht krijgen. In het najaar vallen de kastanjes, verpakt in een stekelige bolster. Als je er een tegenkomt, mag je hem even in je hand voelen.

Volgende: 8. Robustikose ›

Stop 8: Robustikose

De robustikose is een kruising tussen een abrikoos en een kerspruim en schijnt erg lekker te zijn. Wij planten ook kruisingen en cultivars, want wij zoeken lekkere vruchten. Inheems is een breed begrip. De appel begon zijn reis in Centraal-Azië, in het Tian Shan-gebergte in Kazachstan. Als het klimaat verder verandert, voelen zuidelijke soorten zich hier steeds meer thuis, en zoeken sommige van onze inheemse soorten koelere streken op.

Vanaf hier kun je rechtsaf.

Volgende: 9. Hartnoot ›

Stop 9: Hartnoot

De hartnoot heeft noten in de vorm van een hart, daar komt zijn naam vandaan. Net als de walnoot geeft hij een stofje af, juglon, dat de groei remt van veel planten die eronder staan. Daarom staan deze hartnoten hier tijdelijk, later verhuizen ze naar een plek waar ze alle ruimte krijgen. Wrijf voorzichtig een blad tussen je vingers en ruik de kruidige geur.

Volgende: 10. Lotusboom ›

Stop 10: Lotusboom

De lotusboom heet ook dadelpruim of godenpeer, en is een verwant van de kaki. De naam dadelpruim vertelt iets over de smaak: rijp en zacht smaken de vruchten zoet, als een dadel. Kijk eens naar het glanzende blad. De kaki zelf staat op ons lijstje voor een volgende fase.

Volgende: 11. Amandel ›

Stop 11: Amandel

De amandel, links van het pad. Hij bloeit in februari of maart, wanneer het nog winter lijkt en de bladeren nog moeten komen. Voor de allereerste bijen is dat een welkome eerste maaltijd. Late nachtvorst kan de bloesem raken, dus wij houden het weer in de gaten. Van amandelmeel maak je heerlijke taarten. Luister in het voorjaar eens naar het zachte gezoem rond de bloesem.

Volgende: 12. Early Rivers ›

Stop 12: Early Rivers

Early Rivers is een zoete Engelse kers, de vroegste van ons terrein: begin juni hangen de grote, donkerrode vruchten al aan de boom. Samen met de gele kers, een paar stappen verderop, vormt hij een kersengilde. Hun oogstmomenten vullen elkaar aan. In het voorjaar komen de bijen op zijn bloesem af. Kijk straks eens hoe donker de vrucht kleurt.

Volgende: 13. Nashipeer ›

Stop 13: Nashipeer

Een nashipeer is een peer met de vorm van een appel. Hij is sappig, knapperig en mild van smaak. Wij hebben er twee geplant, zodat ze elkaar kunnen bestuiven. Samen met de gewone peer vormen ze het perengilde. Zwarte els of witte klaver kunnen later stikstof in de bodem brengen voor deze bomen.

Volgende: 14. Gele kers ›

Stop 14: Gele kers

De gele kers is bijzonder, want hij blijft geel, ook als hij rijp is. Vogels vinden gele kersen minder aantrekkelijk, waardoor er meer voor ons overblijft. Hij draagt in juni en juli. Kijk eens naar de zachte gouden kleur van de vruchten, als ze er hangen.

Volgende: 15. Pawpaw ›

Stop 15: Pawpaw

De pawpaw, ook roomappel genoemd. In zijn jonge jaren is hij gevoelig voor direct zonlicht. Deze staat in volle zon, daarom krijgt hij een struikje als parasol. Even verderop, in het kweekveldje, staat er een op een plek die precies bij hem past. De vrucht smaakt romig, een beetje als banaan en mango.

Loop nu helemaal terug tot aan de ingang, en ga daar links langs de rommelrand.

Volgende: 16. Appel ›

Stop 16: Appel

De appel is een kernboom van ons appelgilde, met witte klaver, smeerwortel, hyssop, dille en wilde aardbeien als buren. In 2024 zijn we begonnen met een wilgenhaag, als windbescherming voor het jonge plantgoed. We noemen de wilgen wijkers, geriefbomen. We knotten ze en het snoeiafval gaat de rommelrand in: voedsel voor het bodemleven, een insectenstraat en een schuilplaats voor vogels en kleine dieren. Later nemen meidoorn, mispel, Szechuan peper en olijfwilg de plaats van de wilgen in.

Volgende: 17. Meidoorn ›

Stop 17: Meidoorn

De opname volgt binnenkort. Je kunt het verhaal hieronder lezen.

Dit is de meidoorn. Loop gerust door naar nummer 18.

Volgende: 18. Mispel ›

Stop 18: Mispel

De opname volgt binnenkort. Je kunt het verhaal hieronder lezen.

Dit is de mispel. Loop gerust door naar nummer 19.

Volgende: 19. Zwarte bes ›

Stop 19: Zwarte bes

Sommige planten hebben wij hoger geplant dan andere, op kleine terpjes, omdat de grond behoorlijk drassig was toen we hier kwamen. In Schellinkwoud, een voedselbos waar we mochten experimenteren, bedachten wij deze terpjes zodat planten droge voeten kunnen houden. Hier volgen we hoe het uitpakt. Wrijf eens over een blad van de zwarte bes en ruik: sterk en kruidig, de geur van cassis.

Volgende: 20. Kers ›

Stop 20: Kers

De opname volgt binnenkort. Je kunt het verhaal hieronder lezen.

Dit is nog een kers. Loop gerust door naar nummer 21.

Volgende: 21. Olijfwilg ›

Stop 21: Olijfwilg

De opname volgt binnenkort. Je kunt het verhaal hieronder lezen.

Dit is de olijfwilg. Loop gerust door naar nummer 22.

Volgende: 22. Gele kornoelje ›

Stop 22: Gele kornoelje

De gele kornoelje is eetbaar, de rode kornoelje is dat niet. Let op de bessen: bij de gele kornoelje zijn ze rood en vroeg rijp, zuurzoet en goed voor jam en siroop. Bij de rode kornoelje kleuren de takjes in de winter rood en zijn de bessen paarszwart. De gele kornoelje bloeit al in februari en maart, geel, voordat de bladeren komen.

Volgende: 23. Szechuan peper ›

Stop 23: Szechuan peper

Dit is de Szechuan peper, met scherpe doorns, een reden om hem met je ogen te bewonderen. Hij is al tussen de wilgen geplant. De gemeente, van wie wij deze grond adopteren, vraagt ons de haag laag te houden, ook voor deze struik. Het vruchtje is klein en pittig, met een citrusachtige toon en een tintelend gevoel op de tong. Europa maakte er in de dertiende eeuw kennis mee, mogelijk via Marco Polo.

Volgende: 24. Krentenboompje ›

Stop 24: Krentenboompje

Dit boompje draagt al vroeg in het jaar heerlijke vruchtjes, klein, blauw en zoet, ze lijken op bosbessen. De vogels weten dat ook, dus de oogst is snel verdeeld. In april staat hij vol witte bloesem voor de bijen, en in de herfst kleurt zijn blad warm oranje en rood.

Volgende: 25. Gewone vlier ›

Stop 25: Gewone vlier

De gewone vlier geeft veel: vlierbloesemsiroop en -limonade, bloesembeignets uit de frituurpan of koekenpan, en thee van gedroogde bloeischermen, traditioneel gebruikt bij verkoudheid. Ook wijn van de bessen. Die verwerken we altijd eerst, rauw zijn ze licht giftig. Tot zeventig insectensoorten leven van deze struik. Ruik in juni de zoete geur van de bloesem.

Volgende: 26. Hazelaar ›

Stop 26: Hazelaar

De hazelaar is een waardplant voor veel insecten. Er bestaat ook een hazelnootboom, die heeft kleinere nootjes. De katjes bloeien in februari en maart en geven de bijen hun eerste stuifmeel van het jaar. In september en oktober vallen de noten vanzelf, luister maar naar het tikken op de grond. En hazelnootpasta, heerlijk!

Volgende: 27. Uiensoepboom ›

Stop 27: Uiensoepboom

De uiensoepboom heet ook Chinese mahonie. In de Chinese keuken gaat hij in gebakken rijst, tofu en paddenstoelengerechten. Jonge scheuten en blad zijn eetbaar, pittig en uiachtig, en doen sterk denken aan Franse uiensoep, vandaar de naam. Het blad bevat vitamine E, ijzer en calcium. Wrijf een jong blaadje tussen je vingers en ruik.

Hier kun je links het kweekveld in.

Volgende: 28. Kweekveldje ›

Stop 28: Kweekveldje

Hier kweken we boompjes en struiken op om ze later ergens anders uit te planten. Hopelijk in een nieuwe voedselbostuin ergens in Hoorn! Kijk eens hoeveel verschillende bladeren je hier ziet, in maat, vorm en kleur. Misschien vind je de pawpaw, die hier een plek heeft die bij hem past.

Na het kweekveld kun je rechtsaf.

Volgende: 29. Tros oranje ›

Stop 29: Tros oranje

Tros oranje is een kleine, vroege abrikoos en zelfbestuivend. Hij vraagt om zon en beschutting. Het kan dus nog een paar jaar duren voordat er goed van te oogsten valt, en wij wachten met plezier. Sta even stil en voel waar de zon op deze plek het warmst is.

Volgende: 30. Witte moerbei ›

Stop 30: Witte moerbei

De witte moerbei komt uit Centraal- en Oost-China en wordt al meer dan vierduizend jaar gekweekt als voedsel voor de zijderups. Via de Zijderoute verspreidde hij zich over de wereld. Hij geeft snel schaduw, zijn bladval voedt de bodem, de vruchten voeden mensen en wilde vogels, en het hout is geschikt als brandhout. Zoete witte tot roze vruchten rijpen in juli en augustus. Een echte alleskunner voor het voedselbos.

Vanaf hier kun je links terug naar de ingang.

Volgende: 31. Ingang, afsluiting ›

Stop 31: Ingang, afsluiting

Je bent weer bij de ingang. Hier willen wij een informatiebord neerzetten, met uitleg over permacultuur, een plattegrond en een mededelingenbord. Permacultuur is een ontwerpmethode waarbij we onder andere rekening houden met de zonnestand en de windrichting, en zo veel mogelijk met de natuur meewerken. Voor een volgende fase staan de kaki en de kerspruim op het lijstje. Kom gerust terug in een ander seizoen, elk seizoen heeft zijn eigen geuren, geluiden, kleuren en smaken. Meer over ons vind je op voedselboshoorn.nl.

Alle stops
  1. 1 Ingang
  2. 2 Pruim
  3. 3 Artisjok
  4. 4 Vijg
  5. 5 Peer
  6. 6 Bangertse Blauwe
  7. 7 Tamme kastanje
  8. 8 Robustikose
  9. 9 Hartnoot
  10. 10 Lotusboom
  11. 11 Amandel
  12. 12 Early Rivers
  13. 13 Nashipeer
  14. 14 Gele kers
  15. 15 Pawpaw
  16. 16 Appel
  17. 17 Meidoorn
  18. 18 Mispel
  19. 19 Zwarte bes
  20. 20 Kers
  21. 21 Olijfwilg
  22. 22 Gele kornoelje
  23. 23 Szechuan peper
  24. 24 Krentenboompje
  25. 25 Gewone vlier
  26. 26 Hazelaar
  27. 27 Uiensoepboom
  28. 28 Kweekveldje
  29. 29 Tros oranje
  30. 30 Witte moerbei
  31. 31 Ingang, afsluiting

Stichting Voedselbos Hoorn · voedselboshoorn.nl